
In ons gebied komen twee soorten aronskelk in het wild voor. De gevlekte aronskelk, Arum maculatum en de Italiaanse aronskelk, Arum italicum. En een aronskelachtige, de slangenwortel, Calla palustris
Deze aronskelken hebben een verdikte wortelstok waar bij de Italiaanse in het najaar grote groene bladeren uit komen die groen of groen met witte tekening zijn en bij de gevlekte komen er in het vroege voorjaar pas bladeren uit die ook soms ongevlekt zijn maar meestal veel dieppaarse vlekjes bevatten. Het best zijn de soorten te herkennen aan de kleur van de knots in de bloeiwijze. Bij de Italiaanse is die lichtgeel, bij de gevlekte dieppaars.

De bevruchting is heel bijzonder. Het schutblad van de bloeiwijze vormt een soort ketel om de eigenlijke bloemen. Er onstaat een stinkende vloeistof in de ketel waar vliegen door aangetrokken worden die in de ketel kruipen en zo stuifmeel meenemen. Haren houden ze tegen tot een bepald moment waardoor ze de ketel kunnen verlaten en gaan dan naar de volgende bloem. Zo worden de vrouwelijke bloemen bestoven met het stuifmeel. Het is ook opmerkelijk dat de temperatuur in de ketel iets hoger is dan de omgeving, wat waarschijnlijk extra aantrekkelijk is voor die vliegen.

De gevlekte is een oorspronkelijke plant en is in Zuid Limburg en oostelijker en zuidelijker veel te vinden in licht bossen, vaak op hellingen. De Italiaanse is ooit ingevoerd als sierplant voor in tuinen en op stinsen, vandaar dat ze in Nederland tot de stinsenplanten gerekend worden. Inmiddels is hij ontsnapt en al lang als ingeburgerd in het gebied wat we hier beschrijven.

Na de bloei verdwijnt bij beide soorten het blad en blijven de bessen staan die in de zomer fel oranjerood kleuren en door vogels gegeten worden. Vogels zijn dan ook de belangrijkste verspreiders maar ook andere dieren verslepen of eten de bessen. Soms valt de kolf met bessen gewoon om en ontstaat er een ‘nest’ van zaailingen.
Het zijn makkelijke planten die het vooral goed doen in de halfschaduw onder struiken en bomen. Ze bloeien van maart tot begin mei en de bessen zijn er na de bloei en kleuren in de zomer tot ze meestal in september weer weg zijn.

De plant is licht giftig in verse toestand. Er zijn mensen die de gedroogde wortelstok eten en ook het blad na langdurig koken en water afgieten. De bessen worden afgeraden te eten maar zijn niet dodelijk wat wel vaak beweerd wordt. Verse delen kunnen wel een langdurig (weken tot maanden) onprettig gevoel in de mond en keel geven, vandaar dat ik persoonlijk deze plant niet tot de eetbare sectie in de natuur zou rekenen. Maar wel tot de prachtige wilde tuinplanten.
Oppassen met de groeikracht. De Italiaanse aronskelk kan zich snel uitbreiden via de knollen en de zaden en kunnen in kleinere tuinen in de schaduw de boel overnemen in het voorjaar. Niet iedereen vind dat mooi.
De gevlekte aronskelk stelt meer eisen aan de bosgrond en blijft veel bescheidener en met kleiner blad meestal.

Slangenwortel, Calla palustris is een moerasplant die lange uitlopers maakt en meestal vanaf de oever het water in groeit. Het is een verlandingssoort. Sloten en vennen kunnen er mee dichtgroeien. Je vindt ze vooral in veengebieden waar vaak ook, al dan niet kalkrijke, kwel optreed. Het is daarom niet echt een een makkelijke vijverplant.

Op de kwekerij hebben we onregelmatig de gevlekte in de verkoop. De Italiaanse, die in een tuin tamelijk invasief kan zijn, verkopen we over het algemeen niet meer. Slangenwortel hebben we soms omdat er in de buurt een sloot is op particulier terrein, die regelmatig leeggehaald moet worden van het waterschap…

1 Comment