zaaien in kisten, zaaibakken en potten bij Kas&Co

Hoe doe je dat nou met wilde planten? Naar aanleiding van ons eerste boek komt steeds die vraag naar voren.
Dat is niet goed te beantwoorden anders dan dat het voor iedere soort weer uitvogelen is hoe je nou het beste een plant kunt vermeerderen om anderen ook te kunnen laten genieten van wilde planten in de tuin of dat je een bijdrage probeert te leveren aan het in stand houden van de plaatselijke biodiversiteit zoals bestuivers en opvreters.

Vaak worden de termen zaaien en stekken ook wat door elkaar gehaald en noemen mensen zaailingen “stekken”. Wat het dus niet zijn… Zaailingen komen uit zaad, stekken zijn delen van een plant die opnieuw wortelen of die je laat wortelen of die je krijgt door de plant in stukken te hakken met ieder een stukje van de plant met wortels. Je hebt ook nog enten en occuleren, maar daar ga ik het niet over hebben.

wilgentakken

Stekken
Stekken is feitelijk klonen. Een heel oude manier om planten te kweken. Traditionele vaste plantenkwekers hebben een uitgebreide moerplantenkwkekerij die meestal ook meteen de voorbeeldtuin is van de kwekerij. Ieder jaar worden de moederplanten (moerplanten) opgenomen en gescheurd of afleggers, uitlopers met wortels, afgesneden, bijvoorbeeld aardbeien, maagdenpalm, dovenetels, of takjes en stengels met stekmedium (stekpoeder of kaneel of aftreksel van wilgenbast) in potgrond of op water gezet tot ze gaan wortelen en weer nieuwe planten geven. Veel houtige gewassen laten zich goed stekken. Bessen, wilgen, rozen enz. Je krijgt dus kopieen van de moerplanten.

moerplanten scheuren

Zaaien
Kortom, wanneer je zaad verzameld of gekocht hebt kan dat zaad wel in een diepe kiemrust geraakt zijn. Je bewaart het droog en dat is niet de beste kiemingsvoorwaarde dus sluit het zaad zich af om op een later moment wellicht wakker “geschud” te worden. Sommige zaden houden dit erg lang voor, soms wel honderden of zelfs duizenden jaren. Sommige houden het nog geen jaar vol. Dat zijn uiteraard de wat kwetsbaardere soorten die gevoeliger zijn voor verdwijnen als de omstandigheden wijzigen. Voorbeeld van de langlevers zijn klaprozen en kruisbloemigen zoals mosterd. Die kunnen na tientallen jaren met gemak wakker worden uit de kiemrust als ze weer aan het oppervlak komen. De pioniers. Wildemanskruid en wolverlei zijn soorten die vaak zelfs het volgende jaar niet halen. De zeldzame soorten inderdaad. En ze komen ook niet meer op uit oude zaadbanken meestal.
Veel soorten in ons gebied krijgen de gang er in als er vorst over heen gegaan is. De primula’s bijvoorbeeld, of veldsalie. Die kiemen of heel vers, als ze zichzelf uitzaaien in de natuur of naderhand als ze bevroren zijn geweest.

zaaibakken klaarmaken

Wat is dan de beste zaaitijd? Ook zo’n vraag. Voor wilde planten, die bij ons totaal geen last hebben van strenge winters, is de beste tijd wanneer ze zichzelf uitzaaien. Dus vers. Zonder kiemrust. Voor primula’s dus eind mei. Dan hebben ze geen bevriezing nodig. Is het dan te droog of te heet dan kiemen ze niet en gaan pas weer aan de gang in het najaar als het natter en koeler is en als dat niet lukt raken ze volledig in rust en komen pas weer op gang na een strenge vorst.

De beste tijd is dus meteen. Of wat later in het najaar. Of ook nog wel in het voorjaar met de hoop op opwekkend nachtvorstje, maar dan duurt het soms een jaar of zelfs meer tot alles opkomt. De bekende. helaas veel te vroeg overleden, zadenkweker Rob Leopold stelde altijd dat wanneer het zaaisel na 5 jaar niet opgekomen was, het wel als mislukt beschouwd kon worden….
Ik heb het hier over zaaien buiten. Vaak met mengsels op grotere oppervlakken.
Wanneer je dat gaat doen is het wel handig als je dit op open grond doet, dus vrij van oorspronkelijke begroeiing. Maar dan krijg je te maken met een zaadbank van pioniers. Ja, papaver, mosterdsoorten, meldes, bijvoet, brandnetelsoorten, persicaria’s, geraniums, bastaardwederikken, kamilles, en van alles en nog wat. Laat dat even opkomen en wied het een keer weg om pas daarna in te zaaien met de gewenste soorten. Dan staan de pioniers even op achterstand. Een vals zaaibed noemen ze dat.

Je kunt ook in bestaande vegetatie zaaien. Krab de grond dan wat open met een hark of cultivator en zaai daar tussen. heeft een monder “groots” effect maar is wel natuurlijker. En let op. Zaai je een mengsel in dat niet thuishoort op de grond of de voedingstoestand dat je de “leuke”soorten vanzelf weer kwijt raakt en je alleen de soorten die er vaak al waren wat versterkt hebt. 1 tot 2 keer per jaar (een berm of weiland) maaien is meestal al voldoende om een fantastisch resultaat te krijgen. Uit die oude zaadbank, die oude zaden uit hun kiemrust schudden….

fijn grind

We gaan zaaien met soorten. In huis of in de kas of in potten en bakken buiten. Dan willen we resultaat om later in de tuin te kunnen planten of weg te geven of te verkopen.
Dan moet je dus heel veel weten. Of leren van andere kwekers. Of zelf experimenteren en dat is natuurlijk het leukst. Als je gaat voor groots resultaat is het wel van belang dat je weet wat je doet, of je laat het zaaien over aan een gespecialiseerd bedrijf. Die zijn er. Die bootsen een aantal kiemrustdoorbrekende wisselingen na. Koud, warm, nat, droog en vooral de vrieskast in.
Maar nu thuis of op de kleine kwekerij.

Ik doe dat in zaaibakken, stekkisten (wat is in een naam), potten en potjes. Hoe groter de bak hoe onhandiger de hantering. Hoe kleiner hoe kwetsbaarder voor uitdroging enzo.

Zaden hebben in het begin geen voedsel nodig. Dat zit in het zaad. Er komt eerst een wortel uit die op zoek gaat naar water en daarna ook wel handig wat voedsel. Dan komen er kiemblaadjes en als er wat voedsel in zit komen al snel de eerste “echte” blaadjes. Een zaaibak maak ik dan ook van potgrond (biologisch zonder kunstmest en liefst zonder veen) vermengd met zand. Zand is het mooiste, maar houdt water slecht vast en bevat meestal heel erg weinig voedingsstoffen. Daarna een laagje puur zand. Liefst grof zand (metselzand) of brekerzand. Fijn zand slaat dicht. In dat zandlaagje zaai je. Weet je (of staat op het zakje) dat het een donker kiemer is, werk het dan door het zand en dek het af met een laagje zand. Is het een lichtkiemer dan moet het boven op het zand blijven liggen in principe.

sommige zaadleveranciers zetten een uitgebreide zaai instructie op het zakje. Deze is een voor ons gebied uitheems trouwens.

Dat is een lastige. Want je moet de vochtigheid in de gaten houden. Bovenop het zand droogt het snel uit en is het kiemworteltse dan net aan het uitpiepen dan is het jammer maar helaas. Jun kunt dan een heel dun laagkje zand proberen, maar wat behoorlijk effectief is een laagje fijn grind er over te strooien. Niet een centimeter maar hooguit twee korrels dik. Aquariumgrind of grind bij de grondhandel of tuincentrum en dan de fijnste maat, 0,2-4 mm oid. Is in zakken te koop.
Dat grind laat licht door en zorgt ervoor dat het oppervlak waar het zaad ligt niet snel uitdroogd. Ook wanneer je water geeft, spoel je het zaad niet weg en als het zaad opkomt worden ze ook niet meteen beconcureerd door algen, mossen en schimmels. Vooral dat laatste is een probleem in het eerste stadium. Zeker omdat we biologisch werken dus zonder bestrijdingsmiddelen…
Ook de donkerkiemers strooi ik af met grind.
Je kunt ook vermiculliet gebruiken, de fijnste versie. Dat is ontploft mica en wordt als isolatiematreriaal gebruikt en in de opkweek van planten dus. Werkt ongeveer hetzelfde en kan in de vezeltjes ook vocht vasthouden wat dan weer een probleem met alg en schimmel kan geven. En de productie is ook niet geheel onomstreden. Winning en energie voor verhitting.

zaailingen met meerdere echte blaadjes

Na het opkomen moeten we wachten op de eerste echte blaadjes en op de tweede echte blaadjes liefst. Dan heb je hanteerbare plantjes die je niet hoeft aan te raken met speciale pincetten of ander hulpmiddelen. In zaaihandleidingen zie je de meest prachtige hulpmiddelen… maar wat een gepeuter… en het werkt vaak ook nog niet eens.

Dan het verspenen of liever gezegd oppotten. Dat doe ik altijd in vierkante P9 potten. Plastic. Gewoon omdat dat handig in kratten past, dat ze een goede maat hebben met niet te weinig en niet te veel grond en ze ook makkelijk te lossen zijn meestal. Turfpotjes zijn van turf gemaakt, kan eigenlijk niet meer, kartonnen potten houden het niet langer uit dan een paar maand, stenen potten zijn duur, zwaar en kwetsbaar, plastic is meestal recycled plastic en is ook weer te recycelen. In de nabije toekmost mogen ze niet eer zwart gemaakt worden bij de fabricage en krijg je steeds meer gekleurde. Alsof die kleurstoffen dus ook niet belastend kunnen zijn, maar dat zal opgelost worden (?) Vooralsnog zal de meest gangbare kleur een soort beigebruin (taupé) zijn als milieuvriendelijkste oplossing.

zaailing met veel wortels en goed hanteerbaar

In die potten gebruik ik een mengsel van biologische veenvrije potgrond (BioKultura of van een WildeWeelde bedrijf die eigen veenvrije potgrond zonder kunstmest maakt), zand, bladcompost (extra, zit ook in de potgrond) een soort mergel en lavagrit. Een mengsel dat per soort kan verschillen. Zandiger, kalkrijker of wat dan ook.

In de kant en klare biologische potgrond zitten meestal plantaardige of dierlijke meststoffen die relatief langzaam vrij komen. Soms kan door een doorcomposterende potgrond een nitraat tekort ontstaan bij sommige soorten, dat merk je snel genoeg, en dan geef ik of plantaardige of dierlijke mest die voor biologische teelten goedgekeurd zijn.
Te veel mest zorgt voor zwakke planten, de meeste wilde planten hebben eigenlijk nooit mest nodig als ze in de vrije grond staan (er valt al genoeg uit de lucht helaas) maar in de pot kunnen snelle groeiers wel een probleem krijgen. Nou is het toch al zo dat wilde planten over het algemeen niet van kleine potten houden. Sommige soorten maken meterslange wortels, vooral die van arme zandgronden, Rijncentaurie bijvoorbeeld tot 6 meter en knikbloem soms wel tot meer dan 10 meter. Ze staan dan ook op zandduinen langs bijvoorbeeld de Elbe en langs andere zandrivieren. En denk aan de planten van onze zeeduinen.

een vork is heel handig met het uitwippen van zaailingen als ze groot genoeg zijn
opgepotte planten voor de verkoop bij Kas&Co

Wilde planten die je in de tuin zet vanuit een potje kunnen dan ook “ontploffen” als ze hun wortels kunnen laten groeien. De oppottijd is een stressvolle tussenfase. Prachtig om te zien. Een een voorgezaaide wilde plant heeft op de rest van de begroeiing natuurlijk een voorsprong maar ook hier geldt de regel dat als de omstandigheden niet perfect zijn ook de wilde plant zal verdwijnen op den duur. Dus kijk even wat voor grond ze het liefst hebben in de natuur en pas daar je tuin op aan enigszins. Met een beetje zorg lukken dan ook de meest zeldzame soorten en help je bij het in stand houden van de soort en de soorten die er van afhankelijk zijn.

planten in een tegelwiptuin zetten
dezelfde tuin een jaar later

Nog een overdenking.
Kun je ook verkeerd zaaien. Ja dat kan.

Wanneer je soorten uitzaait in de natuur die daar niet thuishoren kan dat vervelend tot bedreigend zijn voor de plaatselijke biodiversiteit. Planten van ver, exoten die niet zelf hier kunnen komen zijn uit den boze en schadelijk voor gespecialiseerde insecten en andere dieren omdat algemene soorten insecten, die het niets uitmaakt wat ze eten, ook de wilde soorten leegvreten waardoor er voor de bedreigde soorten geen eten meer is. Daar is onderzoek naar gedaan die dat ondersteund.

Maar ook wilde soorten “overal” uitzaaien in bermen bijvoorbeeld kunnen een vervlakking geven van makkelijk zaaibare soorten. Zeker als dat “wilde” zaad uit oost of zuid Europa komt kunnen dat net genetisch andere individuen zijn niet te laat of te vroeg bloeien of iets anders van vorm zijn of kleur waardoor ze toch niet herkend worden.

zaden van de morgenster oogsten bij de CruydtHoeck

Ook kan het zo zijn dat zaadbedrijven niet genoeg aan diverse genetische variatie doen in de zaadteelt. Wanneer je steeds van een zaaisel de eerst opkomende zaden gebruikt om weer nieuwe zaadoogstplanten te krijgen, zorg je er voor dat er alleen maar zaad geproduceert wordt dat snel kiemt en niet aangepast is aan veranderende omstandigheden. Alleen de snelkiemers kiemen en dat maakt ze bijzonder kwetsbaar. De reden dat veel zaaisels snel verarmen omdat uitzaai in de populatie niet meer lukt. Goede zaadbedrijven zaaien dan ook steeds opnieuw zaad uit andere (wilde) populaties mee om die genetische variatie in stand te houden en de zaden zo veel mogelijk genetische eigenschappen mee te geven. De bij Wilde Weelde aangesloten bedrijven letten daar erg op in ieder geval en hebben ook onderling veel contact en contact met Het Levend Archief