
Wilde peen, Daucus corota is een algemene plant die we nu vooral in de met rust gelaten wegbermen tegenkomen. Het is een soort pionierplant die het vooral moet hebben van open zanderige grond met weinig tot redelijk wat voedsel.

Omdat de wegbermen een of twee keer per jaar gemaaid worden en dan meestal met een klepelmaaier waardoor de grond beschadigt. Dat geeft een goed kiembed voor de soorten die je in die wegbermen ziet. Zoals ook Jcobskruiskruid (ook op de foto), duizendblad, wilde margriet, muskuskaasjeskruid en knoopkruid.

Vel mensen denken dat de dieppaarse tot robijnrode topbloem kenmerkend is voor wilde peen maar dat is het niet. Het merendeel heeft ze wel, die individueel ook nog sterk kunnen verschillen, sommige hebben er 1 andere meer, en de kleur kan ook verschillen, maar een groot deel heeft de bloem niet. Er is ook geen idee van waarom deze onvruchtbare bloem er zit. Wellicht trekt het bestuivers aan maar het zal geen voordeel hebben gezien de zaadzetting van de topbloemloze populaties.

Wanneer het zaad rijp wordt trekt de scherm dicht en kunnen de zaden niet vrij komen. Ze blijven er de winter op en het blijkt dat bevroren zaad beter kiemt. In het voorjaar wanneer de lucht vochtig is gaan de schermen open en kan het zaad er uit vallen. Door de haakjes op de zaden zijn zoogdieren wn vogels goede verspreiders. De zaden blijven hangen en kunnen dan ergens anders terechtkomen.

Wilde peen is waardplant voor veel vlinders en andere insecten en op de bloemen komen veel bestuivers af. De bekendste “opvreter” is de rups van de koninginnepage. De vlinder vliegt overal p, de rupsen hebben een absolute voorkeur voor schermbloemen zoals wilde (e gekweekte) peen, venkel en dergelijke.
De bloei van de wilde peen kun je verlengen door te maaien. Hoe meer je maait hoe meer bloemen er komen. Maar maai niet alles. De rupsen en poppen moeten wel kunnen overleven. De wilde peen is een tweejarige tot kort levende vaste plant.
We hebben wilde peen meestal wel op voorraad.

