
Decennia geleden waren heidetuinen in de mode. Samen met oude spoorweg bielzen bouwde men hele fantasie heidevelden het inheemse en veel buitenlandse soorten in tuinen. Dat is een beetje over. Het werd wat saai gevonden. Maar het komt weer terug in natuurrijke tuinen. En daar zijn ze natuurlijk ook echt thuis. Maar dan wel de soorten van hier.

Maar er zijn bijna geen kwekers meer van heideachtigen. Dat bleek toen wij een grote aanvraag kregen voor soorten die op onze heides te vinden zijn. Wij hadden ze niet, zaadleveranciers leveren maar een paar soorten en ze zaaien zonder uitzondering nogal moeilijk. Stekken is ook een methode maar vereist nogal wat kennis en kunde gek genoeg. Je zou toch denken met die uitgestrekte heides… Dat gaat makkelijk.

Nou hebben we een enkele heidespecialist gevonden die er nog wat mee doet. Maar nu nog de echte wilde soorten. Dat is het volgende probleem. Vaak hebben de kwekers een variant in de natuur gevonden die wat afwijkt en zijn die gaan stekken waardoor je een hele grote kloon van die afwijkende variant krijgt en daar is dan een handelsnaam aan gegeven. Het is een “cultivar” geworden. Knap lastig om die nog als “van hier” te herkennen.

We hebben echter een aantal echte soorten kunnen vinden en zo langzamerhand komen die ook voor iedereen bij ons beschikbaar. Want we kweken ze nu door vanuit het materiaal wat we hebben kunnen vinden bij de laatste specialistische heidekwekers die ook nog eens verantwoord kweken. Want dat is voor ons ook een voorwaarde. Gelukkig mogen we ook wat wild materiaal vermeerderen van onder andere het Goois Natuurreservaat en Natuurmonumenten.

Soorten die op bepaalde plekken wat in de weg staan in natuurontwikkelings projecten bijvoorbeeld.

De soorten die nu volop verkrijgbaar zijn struikheide en vossenbes en vooralsnog beperkt soorten als dopheide, blauwe bosbes, berendruif en kleine veenbes. Ook andere soorten die op de hei groeien gaan binnenkort beschikbaar komen zoals stekelbrem, verfbrem, viltganzerik en diverse grassen. Daarnaast zijn soorten als duizendblad, schapenzuring, muizenoortje en kleine leeuwentand en struiken zoals hondsroos, egelantier en gaspeldoorn beschikbaar.

Via SBB hebben we ook echt inheemse jeneverbes meestal op voorraad.

Kortom, voor een zonnige/lichte schaduwtuin op droge zure zandgrond hebben we al heel wat beschikbaar voor de liefhebbers. Ook op gewone tuingrond gaat dit prima maar voedselrijk en klei is niet geschikt. Kalkrijk voor de meeste soorten ook niet. Rotsig wel en venig ook. Een soort als kleine veenbes heeft zelfs typisch veen nodig en zeker geen droge veen. Dat is er een van natte hoogveentjes.

Met deze uitbreiding van het assortiment lopen we tegen een principieel probleem op. Deze soorten zijn vaak veengebonden en ook met een aandeel veen gekweekt. Sommige soorten hebben deze grondsoort echt nodig en daarom zijn deze in een potgrond met veen geplaatst. Op andere grond groeien ze niet of nauwelijks en omdat de kwekers ze daarop zaaiden of stekten kunnen wij ze niet de stress bezorgen van veenvrije potgrond of puur zand. Waar we voor de rest absoluut veenvrij werken, kunnen deze soorten dus wat veen, verantwoord geoogst weliswaar, bevatten.

Heideachtigen en hun begeleiders zijn veelal ook wintergroen, doen het ook prima op een groendak en in een geveltuin. Je hebt soorten die het vooral in droge omstandigheden groeien maar ook in wat vochtige tot echt natte omstandigheden. Voornaamste grondsoort zure zandgrond, zure bosgrond op zand met veel naalden van grove den en blad van zomer en wintereik en nat venig voor bepaalde soorten zoals dooheide en veenbes.

Ook de grassen van de heide hebben we steeds meer in ons assortiment. Hou de voorraadlijst op deze site in de gaten.
Tip: diverse organische mestleveranciers leveren aanplantgrond voor heideachtigen. Zoals Innogreen https://www.innogreen.nl/structuur-actief-rhodo-aanplantpotgrond.html
