Tuingrond of tuinaarde. Zand, klei, veen, leem en mest.

wat kun je er mee en moet je er wat aan doen?

kleigrond is wat moeilijker in de omgang in de tuin dan zandgrond

Naar aanleiding van ons eerste boek, Tuinieren met wilde planten, krijgen we regelmatig vragen over  tuinaarde en grondsoorten: ‘Ik heb een tuin op zand/veen/klei/keileem, welke wilde planten kan ik daar plaatsen?’ Het antwoord daarop is niet zo eenvoudig en eigenlijk ook weer wel, want in een tuin ben je vrij om de grondsoort te manipuleren. Je kunt en mag daar zelfs een heel ander milieu creëren dan wat er rondom in de natuur van oorsprong aanwezig is.
Om al te hard groeiende planten minder kansen te geven en andere soorten meer kun je de bodem verschralen door zand, kalkrijke grond of puingranulaat en grindsoorten toe te voegen. Je kunt ook de oorspronkelijke grond daardoor vervangen. Als je situaties voor speciale planten wilt creëren, is het vaak nodig om ook andere grondsoorten aan te brengen.

Puur zand bij Kwekerij Ninabel in Boerakker

Zandgrond is het beste wat je in je tuin kunt hebben als je wilt tuinieren met wilde planten. Het is meestal voedselarm en dat is al goed. Het kan zuur zijn, neutraal of kalkrijk. Allemaal goed.
Wil je nu speciale planten in je tuin die absoluut andere bodem willen kun je dat gewoon toevoegen. Klei, veen, kalk, stenen, löss, leem, noem maar op. Je hebt meestal weinig nodig om je zandgrond geschikter te maken voor de wilde planten. Omgekeerd is veel lastiger.
Heb je zware kleigrond of leem, dan heb je erg veel zand nodig om het voor veel soorten aangenaam te maken. Bij veengrond lukt dat zelfs niet want is het echt puur veen, dan zakt zand er op den duur gewoon doorheen.

Levend veen

Maar je hebt geen zandgrond. Wat dan. Je kunt de grond deels uitgraven en vervangen door zand, eventueel gemengd met de oorspronkelijke grond, maar dat is wel gedoe.
Het punt is dat een tuin eigenlijk nooit helemaal uit één soort grond bestaat. Vaak bestaat de tuin al langer en is er van alles toegevoegd ooit, of zelfs al zand opgebracht. Of compost in een zandtuin.
Maar wil je nu toch echt een tuin hebben op zompige klei of nat veen dan kun je het best kiezen voor soorten die daar het goed op doen. Kijk dan naar wat er op die grond in je omgeving groeit of op internet naar wat er in jouw omgeving groeit. Bijvoorbeeld op een site die over plantengemeenschappen gaat. Even zoeken maar het spreekt eigenlijk voor zichzelf. Dat wat betreft de wilde planten. En maak delen van je tuin zandiger, of kleiiger, of lemiger of steniger. Bijvoorbeeld door laagtes te graven waar ook water in kan blijven staan en daar veen aan toevoegen. En de uitgegraven grond zandiger of steniger maken. Stapelmuurtjes, puinheuveltjes, noem maar op.

Stapelmuur op de kwekerij van heempark De Braak in Amstelveen

Je hebt zandgrond. Mooi! Gebruik dat dan ook. Voeg er heel weinig compost toe als je denkt dat het echt niets wordt. Of wat veen, klei of leem. Maar hou de zanderigheid in ere!

Puur zand ook in de stapelmuren in een stadstuin in Nijmegen aangelegd door Loek Gorris.

Luister niet naar buren of zogenaamd deskundigen, ook niet als ze zich hovenier noemen of tuinontwerper wanneer die aankomen met dat je “tuingrond” moet aanschaffen. “Zwarte aarde”, “bemeste tuinaarde”, “tuincompost” en nog veel erger “potgrond” in soorten…

Het voegt helemaal niets toe en is enkel een verdienmodel in de versie van gebakken lucht.
Vaak zijn de tuincompost en potgrond ook nog van de categorie veen plus kunstmest of de “zwarte tuingrond” komt van een plek waar voorheen intensieve landbouw is gepleegd, waar dan een woonwijk wordt gebouwd en de “zwarte grond” duur verkocht wordt met als resultaat een tuingrond die tien jaar nodig heeft om weer levende grond te worden. Niet doen dus.

Onbemeste bladaarde compost is voor veel grondsoorten meer dan voldoende om tot een mooie tuin te komen. Ik weet van hoveniers die op zware klei of op fijn dekzand een laag bladcompost leggen en verder niets doen. Binnen een jaar pakt het bodemleven uit de klei of het zand de compost op en maakt er mooie tuingrond van. Nog zand toevoegen of klei in geval van een zandtuin, en je kunt heel veel planten van hier laten groeien en bloeien.

De graag op kalkrijk zand groeiende kruisbladgentiaan staat hier op de foto in de Heemparken Amstelveen op veen.

Bij veengrond is dat lastiger. Maar verbazingwekkend genoeg kun je op pure veengrond toch best nog wel tuinieren als je maar geen dikke paketten zwaar zand, stenen of klei er op gooit. Ik schreef het al, dat gaar in zakken. Ga eens kijken in de heemparken van Amstelveen. Echt puur veen. En toch lukt het daar ook om de meest aparte inheemse planten te laten groeien, ook van kalkrijk zand zoals kruisbladgentiaan! Door subtiel te werk te gaan en vooral niet te mesten of hooguit heel weinig. Veengrond gaat boven water verteren, mineraliseren noemen we dat, uiteenvallen in voedingsstoffen. Er komt daarbij CO2 en methaan vrij en de grond verdwijnt als het ware.
Ook in Amstelveen hebben ze planten die het niet doen op veen. Daarhebben ze op de kwekerij in “De Braak”, een van de parken daar, speciale bakken gemaakt en een fantastische stapelmuur.

De kwekerij van de Heemparken Amstelveen

De planten “moeten” zure grond of basenrijke grond (bijvoorbeeld kalk)

De tuingrond in Nederland is van nature meestal vrij neutraal tot licht zuur.

Er wordt gezegd dat soorten “zure of basenrijke” grond nodig hebben. De meeste soorten doen het prima op min of meer neutrale of “vage” grond. Als de grond sterk basisch is (bijv. kalkrijk) dan zullen bepaalde soorten het er slecht doen en omgekeerd. Heideachtigen, waaronder ook bosbessen horen, doen het ook nog op zure grond. Andere soorten doen het ook nog op basische grond. Ze zijn dus tolerant voor zuur of basisch, maar hebben het vaak niet nodig. Vaak… Er zijn soorten die naast tolerantie het toch alleen doen op echt kalkrijke grond, puur veen, en dat is zuur, en op zilte grond. Als de grond ook maar enigszins afwijkt van de mineralen samenstelling dan kwijnen ze weg. Denk aan veenbes, kerstroos en zeekraal.

Kleine veenbes, groeit alleen op hoogveen.
Kerstroos, Helleborus niger wil echt wel kalkrijke grond.

Deze constatering brengt geen geld in het laadje dus wordt er overal gesuggereerd dat je de grond moet verzuren of bekalken. Het voordeel voor de verkoper is dat het in de praktijk nauwelijks meetbaar iets uitmaakt. Het kan dus geen kwaad en omdat de meeste planten het niets uitmaakt en de grond altijd de oorspronkelijke zuurgraad behoudt is het verzuren en bekalken een goudmijn 😎💪.

Wil je echt zuur of kalkrijk dan moet je je grond een meter afgraven en vullen met veengrond of kalkmergel. In beide gevallen heb je een licht probleem met alle tuinplanten. Maar de wilde soorten die daar specifiek voor zijn, zijn vaak heel zeldzaam bij ons… Als je die wilt kun je daar op over gaan. Kost even wat… Maar het werkt wel

Maar veen, turf, schors van naaldbomen, compost van eikenblad, zeewierkalk, schelpenkalk, kalkmergel, dolomietkalk, landbouwkalk… Alleen bij specifieke productie gewassen die daar overheen een, na bodemanalyse, specifieke bemesting krijgen werkt het heel kortstondig. Hooguit enkele groeiseizoenen. Maar wil je je plaatselijke tuincentrum sponsoren koop het dan gerust en de adviseurs in de groenbranche hebben op de tuinbouwschool geleerd dat je vooral veel kunt manipuleren. Die kun je het dus ook niet echt verwijten.

Mest

Heel veel tuingoeroes roepen ook dat je vooral veel moet “mesten”. Mest kan dierlijk zijn maar ook plantaardig. Dierlijke mest in de natuur is afkomstig van grote dieren tot microscopisch klein dierlijke mest in de bodem. Plantaardige “mest” is afkomstig van dood plantaardig materiaal, vaak ook door dieren verwerkt, maar ook door schimmels. Compost is dis zowel dierlijk als plantaardig materiaal. Mest is over het algemeen datgene wat planten kunnen gebruiken om bepaalde mineralen uit te halen voor hun groei en reproductie.

In de natuur is dat allemaal aanwezig in de juiste verhoudingen voor de planten die zich daar thuis voelen. Het zit “wat” ingewikkelder in elkaar, maar dan ben ik een paar meter tekst verder… (Tekstboek bemestingleer)

Maar is “mest geven” nodig? Nee. Tenzij je productie wilt maken. Je wilt oogsten. Bloemkolen hebben mest nodig. Aardappels, masis, komkommers hebben mest nodig om groter te groeien dan normaal. Dat overschot wil je gebruiken om op te eten.

In de natuur en dus ook in je tuin gaan planten op zoek naar het voedsel wat ze nodig hebben. Het kan zijn dat planten dat niet voldoende vinden, dan gaan ze met hun wortels op zoek. Sommige planten maken wel 6-10 meter lange wortels op zoek naar opneembaar voedsel. Bomen vaak nog meer. En komen ze hun verhouding aan mineralen niet tegen dan kwijnen ze weg of groeien helemaal niet meer, gaan dood of kiemen zelfs niet meer.

Als ne weet eat er mist dan kun je dat als tuinier geven. Maar dan moet je kennis hebben van de mineralen in de bodem en de mineralen in de mestsoort die je wilt geven. Dat heeft ook nog te maken met de grondsoorten die hierboven aangehaald worden. Kortom, handig voor productie, maar onnodig voor de meeste wilde planten van hier.

1 Comment

Plaats een reactie