
Brem kennen we allemaal wel van de heidevelden in het voorjaar. Forse struiken die volop bloeien met geurende bloemen. Ze groeien vooral heel goed op zure droge zandgronden. In de tuin kunnen ze vaak al snel te groot worden

Er zijn ook andere bremsoorten die kleiner blijven of zelfs heel klein zijn. Ook die groeien op arme en droge zandgrond maar stellen wat meer eisen aan de grond, wat meer leemhoudend.

Verfbrem is een wat kleinere struikvormige brem zonder stekels en bloeit vanaf eind mei tot soms wel in augustus. Zoals alle bremsoorten wordt hij veel bezocht door hommels en andere wilde bijen.

De Duitse brem is een heel zeldzame brem voor onze streken. Lijkt erg op de verfbrem, blijft nog wat kleiner en heeft dichtere bloemtrosjes en stekels langs de stengels.Bloeit in de voorzomer.

Nog weer wat kleiner is de stekelbrem. Heel onopvallend met ijle takjes met veel stekels en zeegroene blaadjes.Hij staat in de wat rijkere heidestukken met wat meer leem in de bodem. Tijdens de bloei in de voorzomer is ie wat opvallender.


Nog onopvallender is de kruipbrem. Deze donkergroene stekelloze kruipende soort groeit vaak op dezelfde plekken als de stekelbrem. Bloeit wat later in de hoogzomer en soms nog een keer na een erg droge zomer. Als ie niet bloeit en zo onder de struikheide pollen staat zal ie niemand opvallen.pas tijdens de bloei zie je hem echt.


En dan is er nog de brem die geen brem is. Gaspeldoorn is weliswaar een gele vlinderbloemige maar geen familie van de bovengenoemde bremsoorten. Deze stekelstruik bloeit met geurloze gele bloemen van half december tot half april. Staat ook vaak op heides maar ook veel in de duinen en op stenige droge kusten.


