Veldsalie, Salvia pratensis

Er is veel te doen om wat nou precies een inheemse plant of dier is of wat een exoot. Is dat nou zo belangrijk?

Wat is inheems eigenlijk? Of wat bedoelen we er mee?
Inheems in de letterlijke zin van het woord is een plant of een dier die op een plek al eeuwenlang vertoeft, leeft en samenleeft met heel veel andere organismen. Afhankelijk van elkaar en vaak ook niet zonder elkaar kunnend.
En wat is dan die grens?

Cichorei met zweefvlieg

Om het makkelijk te maken hebben we het dan over een land. Met een eigen bestuur, eigen onderzoeksinstellingen en een eigen taal, meestal. In die taal worden dan door de wetenschap lijsten gemaakt van wat er in het wild voorkomt. Voor planten een flora, paddenstoelengidsen, mossen en korstmossen gidsen voor dieren vergelijkbare collecties zoals vogelgidsen, vlindergidsen enz. Maar omdat er zo veel soorten zijn die ook nog moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn die vaak niet compleet gevat in gedrukte gidsen maar vaak zijn ze wel digitaal beschikbaar.
Ook zijn er een aantal jaar geleden lijsten opgesteld, zogenaamde “Rode lijsten” die de zeldzaamheid of de algemeenheid uitdrukken van soorten.
Allemaal binnen de landsgrenzen. Dus van Nederland, van Duitsland, van België en zo van ieder land.

Nou zijn landsgrenzen verzonnen grenzen. Planten, dieren en andere organismen herkennen die niet. Wat nu Nederland is, was in de laatste wereldoorlog onderdeel van een ander land gemaakt, voor 1836 hoorde België er nog bij, daarvoor hoorden we bij Frankrijk, Spanje, deels bij het Romeinse rijk… dat al die keren was “inheems” heel iets anders.

Duinen van Voorne

Wat betreft planten kun je andere grenzen trekken. Grondsoort, bijvoorbeeld. Dan krijg je heel veel kleine “inheemse” stukjes. Zoals kalkrijke duinen, kalkarme duinen, laagveengebied, hoogveen, zure droge zandgrond, zure natte zandgrond, zeeklei, rivierklei, beekklei, stuifzanden, zandrivieren, lössgrond, kalkrijke grond, kalkrotsen, zure rotsen… verzin het maar er zijn nog veel meer deelstukjes te bedenken.

Er blijkt in zo’n rijke omgeving ook overeenkomsten te zitten en overgangsvormen en overlappingen. Dieren zijn meestal mobieler dan planten en mossen. Je kunt ook bedenken dat een hele regio met elkaar in verbinding staat en dat planten enzo zich daarbinnen in redelijke mate kunnen en zullen bewegen. Er is regelmatig uitwisseling en de omstandigheden bepalen of organismen zich daar zullen vestigen. Zo kent Frankrijk bijvoorbeeld vier van dat soort rgeio’s. Gevat in de “Quatre flores de France” De traditionele Flora van Frankrijk. Ofwel de vier flora’s van Frankrijk.

Zo zou je ook de Benelux, Noord Frankrijk en de twee aangrenzende Duitse bondslanden tot een regio kunnen bestempelen met grofweg de Elbe, Seine/Marne en de Noordzee als grens. Je kunt veronderstellen dat planten en zeker dieren zich hier in kunnen bewegen en elk deel in principe kunnen bereiken en vestigen als de omstandigheden juist zijn.
Niet iedereen zal het daar mee eens zijn natuurlijk en dat mag. Maar op zich lijkt mij dat een best redelijke cirkel. Let wel, vanuit ons gezien. In Duitsland zal men een heel ander idee hebben, in Frankrijk ook, België ook en iemand meende dat Denemarken er ook best bij kon omdat je daar veel dezelfde soorten tegenkomt als bij ons, of zelfs Groot Brittanie.

Of juist veel kleiner. Kan ook. Een veldsalie uit het rivierengebied kan genetisch verschillen van een uit Groningen. Van de kleine schorseneer van de Veluwe hoort die nou bij de zuidelijke voorkomens of de oostelijke. Net zoals de blauwzwarte rapunzel en wat te denken van de verschillen tussen de uiterst zeldzame zaagblad voorkomens. En kun je een verdwenen orchidee uit Brabant weer herintroduceren uit de dichtstbijzijnde voorkomen uit Bretagne? Ik kan je verzekeren dat daar fel over gediscussieerd wordt op floristisch niveau.

Zwartblauwe rapunzel, Phyteuma spicatum subsp. nigrum

Maar is een Middellandse zee soort zoals de walstroleeuwenbek nu een exoot of komt die vanzelf naar het noorden vanwege het opwarmen van de atmosfeer of is hij hierheen gebracht als tuinplant en ontsnapt hij.
Van veel planten weten we dat ze hier nooit zouden zijn gekomen als de mens ze niet doelbewust opgepakt hadden en meegenomen naar huis. Zoals soorten uit de Amerika’s, Afrika en andere streken. Ook van hier naar daar trouwens. We slepen wat af. Maar soorten kunnen ook onbewust versleept worden. Met ons vervoer. Schepen, vliegtuigen, spoorlijnen en wegvervoer. Zo komen veel mediterrane soorten bij ons voor op campings omdat ze door caravans per ongeluk meegenomen zijn. En Australische soorten zijn met wol meegevoerd naar Luik en omgeving en komen daar soms weer op, of met graan uit diverse landen die dan weer rond graanmolens voorkomen of in havens, ook binnenlandse zoals het pothoofd bij Deventer. Ook botanische tuinen met hun eeuwenlang verzamelende wetenschappers en heemtuinbeheerders die hun collectie van iets verder haalden om die speciale soort toch maar te laten zien.

Walstroleeuwenbek, Linaria purpurea

Ook voedsel is een belangrijke verhuisoorzaak. Granen en hun “onkruiden” groentes, fruit, koffie, tabak, alles is versleept van hot naar her.Vaak met desastreuze gevolgen voor de streken waar ze geïntroduceerd zijn. Geldt voor de hele wereld. In de USA worden europese soorten als invasieve exoten gezien. En in Europa de Amerikaanse. In New Zealand, met een heel bijzonder flora en fauna zijn Europese, Amerikaanse en uit andere streken geïmporteerde soorten desastreus voor die flora en fauna en rijdt de natuurbescherming daar rond met een giftank om de allerergste in te dammen. (zelf gezien, staat ook op waarschuwingen)

New Zealand, waarschuwing voor gif bij bestrijding opposums, een geintroduceerde soort uit Australie die veel schade doet aan inheemse flora

Ieder land heeft zo zijn exoten en exotenbeleid. In Europa is er een Unielijst van soorten die problemen geven.

Maar waarom zijn soorten van ver nou zo’n probleem? Ze hebben hun eigen kring van afhankelijke soorten niet bij zich en voelen zich op een andere plek ook “ontheemd”. Wat tot gevolg kan hebben dat ze door gebrek aan vijanden extreem kunnen uitbreiden. Soms te koste van soorten die er van oudsher thuishoren. Of dat ze niet bestoven kunne worden of dat ze hun voedsel niet kunnen vinden.
Maar ik zie bijen vliegen op exotische tuinplanten. Die wel. En hommels en vlinders en vogels lusten ook best een buitenlands besje. Dat klopt.Dat zijn generalisten. Die maakt het niets uit waar ze van eten als het maar “lekker” is. Die je ook kunt voeren met een schaaltje suikerwater of met fruit uit verre landen.

Parelmoervlinder op vlinderstruik


De soorten van hier (of waar dan ook in de wereld) die door tienduizenden jaren samenleven helemaal op elkaar zijn afgestemd en van elkaar afhankelijk zijn geworden hebben niets met die vreemde soorten. Feitelijk zijn het allemaal sleuteltjes die in een slot moeten passen (las ik laatst van een collega om het uit te leggen) De snuit van een kever moet in de bloem passen om er het nectar uit te halen. Bijvoorbeeld. Of die van een wilde bij, of vlinder. En die ene plant heeft alleen baat bij die ene bestuiver vanwege hun bouw om stuifmeel meet geven. Bijvoorbeeld.
Zelfs regio’s die te ver weg liggen kunnen al een probleem zijn terwijl er toch dezelfde soorten groeien. Zoals de zaadkwekerijen die in Oost Europa zitten en goedkoop zaad leveren voor pretpakketten met zogenaamd wilde bloemen, kunnen net te vroeg of te laat bloeien voor de insecten van hier. Insecten leven vaak maar heel kort en dan is het jammer maar helaas. Wel de veldsalie maar te laat bloeiend. Of de sleedoorn uit het zuiden die voor dat er ook maar een insect vliegt al uitgebloeid is. Of de bloemvorm die net iets anders is…sleutel en slot…

Sleedoorn, Prunus spinosa

Daarom moeten we met versterking van de biodiversiteit van hier ons vooral richten op de soorten van hier. Zo veel mogelijk. Op het pietluttige af lijkt het soms. Want wat er ook gebeurt met soorten die niet of net niet van hier zijn is dat die de algemene bestuivers bovenmatig bevoordelen. Die dan wanneer de net niet soort uitgebloeid is, zich werpen op de planten van hier die na leeg gegeten worden door die alleseters of kroeglopers waardoor de bedreigde insecten van hier het nakijken hebben. Zoals de honingbijen de hei leegvreten waardoor specifieke heide soorten, wilde bijen, vlinders en alle andere insecten het nakijken hebben. Of een vlinderstruik uit Azie die een heel specifieke bloemvorm heeft waar veel insecten niet in kunnen worden, maar blijkbaar wel heel aantrekkelijk zijn dat zeldzamere soorten er op af komen maar het “heerlijks” niet kunnen bereiken. En er toch blijven rondhangen… in plaats van op zoek te gaan naar de bloemen waar ze wel bij kunnen. Wat al aangetoond schadelijk is voor die planten die juist die specialisten nodig hebben…

Amerikaanse eik

En wanneer wordt een soort nu inheems is vaak de vraag. Want na zoveel uitstervingsgolven en klimaatwisselingen is er wel steeds weer een heel ecosysteem opgebouwd en weer verloren gegaan. Grofweg aan we er van uit dat na de laatste ijstijd ons ecosysteem zich heeft gevormd zeg maar 12.000 jaar geleden. Met allerlei klimaatveranderingen daar tussendoor kun je dus wel stellen dat “nieuwe soorten toch duizenden jaren nodig hebben om zich aan te passen en sleutels en slotjes te vormen. Waar altijd weer soorten van af gaan en weer bijkomen.
Maar dat gebeurt dus niet in honderden jaren wat sommige mensen wel denken. Ook wetenschappers denken dat wel. Maar als je ziet hoeveel soorten zich gevormd hebben als hofhouding rond Amerikaanse eiken die toch al honderden jaren hier zijn is dat veel minder dan bij eiken van hier die er al tienduizenden jaren zijn. En het zijn ook nog vaak de wat algemenere soorten ook en vrij weinig specialisten. Daar wordt veel onderzoek naar gedaan trouwens dus mijn “mening”voor een betere… Ik praat ook maar wetenschappers na.

Bleke klaproos, Papaver dubium

En graangewassen? En mediterrane soorten die door de Romeinen meegenomen zijn? Die worden Archeofieten genoemd. Voor 1500 hier geïntroduceerd. Soorten die later hier naar toe gehaald zijn al of niet bewust, zijn adventieven of tuinescape en kunnen ingeburgerd raken. Soorten die zelf naar het noorden of oosten of zuiden ofzo kruipen of vliegen of drijven noemen we neofieten die ook ingeburgerd kunnen raken. Vaak komen die hier pas als er al een soort “hofhouding”of andere omstandigheid is die ze welkom heten of herkenbaar zijn. Bijvoorbeeld de zee lathyrus die werelwijd naar alle kusten is gedreven en daar zich vestigt waar hij welkom is. Eigenlijk net als mensen. Die komen ook op eigen kracht of kunnen op eigen kracht ook overal komen en zijn dus nergens exoot….

Zeelathyrus, Lathyrus japonicus, Canada

Maar die echte exoten… laten we die niet importeren. Je weet nooit wat voor een ellende die gaan geven. Er zijn al eeuwenlang soorten geïntroduceerd soms met succes en in tevredenheid maar heel vaak met heel vervelende gevolgen voor de biodiversiteit ter plaatse. Dus ook niet voor hypes als smulbossen en zogenaamd klimaatbestendige beplantingen. Dat zijn vooral en vrijwel enig een nieuw verdienmodel van handige zakenlieden die een “gat in de markt” zien en nooit een oplossing vormen voor het enorme verlies aan biodiversiteit of voor de voedselvoorziening. We weten al tienduizenden jaren te overleven met klimaatwisselingen zonder deze gekkigheid.

reuzenberenklauw